Kanjertraining

Wij zijn van mening dat het Laar een veilige school behoort te zijn, waar het leuk is om te leren en waar iedereen elkaar respecteert. Dat geldt voor ouders, leerkrachten en kinderen!

 
Wat is de Kanjertraining?

De Kanjertraining is een methodiek die gericht is op de sociaal-emotionele vorming. Het doel is de kinderen meer zelfvertrouwen te geven, maar ook inzicht in hun eigen gedrag en dat van anderen. Hierdoor leren ze respectvol met zichzelf, anderen en hun omgeving omgaan. Ze voelen zich veilig en betrokken bij elkaar. Ook leren ze hun gevoelens onder woorden te brengen. In elke groep worden lessen gegeven die passen bij de leeftijd van de kinderen. Hierbij streven we het volgende na:

 
Bij de Kanjertraining horen vijf vaste afspraken: De Kanjertraining gebruikt vier typetjes die door middel van een petje zichtbaar worden gemaakt. Bij elk typetje hoort een bepaald gedrag. Hierdoor krijgen kinderen snel inzicht in hun eigen en andermans gedrag. Deze petten hangen in de klas met de daarbij behorende kanjerposter.
 
De Tijger (witte pet)
De tijger wordt ook wel de kanjer genoemd. De tijger denkt positief over zichzelf en over anderen. Angst, agressie en humor zijn in dit type in evenwicht. De tijger lost de problemen goed op, kan gevoelens onder woorden brengen en zoekt op tijd hulp.
 
Het Konijn (gele pet)
Het konijn is bang en stil. Het vindt zichzelf waardeloos en vindt dat anderen alles beter en mooier kunnen. Het konijn vindt zichzelf zielig en weet niet hoe het de problemen op moet lossen.
 
De Pestvogel (zwarte pet)
De pestvogel vindt zichzelf heel goed en alle anderen waardeloos. Hij speelt de baas en vindt zichzelf stoer. De pestvogel heeft weinig respect voor anderen en zoekt het conflict op.
 
De Aap (rode pet)
De aap is een uitslover en meeloper. Hij vindt zichzelf en anderen waardeloos. De aap is vaak te vinden in gezelschap van de pestvogel. De aap lacht anderen uit en denkt leuk gevonden te worden met grappen, vaak ten koste van anderen.
We maken bij de kinderen het onderscheid tussen de persoon en het gedrag. Door bijvoorbeeld de vraag te stellen: “Welk pet past bij hoe jij nu doet?” koppel je het gedrag los. We zeggen ook niet: “Je bent een pestvogel.” We zeggen wel: “Je gedraagt je als een pestvogel.” Op deze manier corrigeren we het gedrag, zonder het kind het gevoel te geven dat het wordt afgewezen.
 
Thema’s.
De volgende thema’s komen aan de orde:

 

Meer informatie kunt u vinden op www.kanjertraining.nl